Digitale godslastering in Pakistan heeft de manier veranderd waarop beschuldigingen ontstaan, zich verspreiden en als bewijs in strafzaken worden gebruikt.
De Pakistaanse problematiek rond godslastering heeft inmiddels ook het tijdperk van de smartphone bereikt.
Steeds vaker hebben beschuldigingen betrekking op:
- berichten op Facebook;
- WhatsApp-berichten;
- content op TikTok of andere sociale media;
- foto’s;
- screenshots;
- simkaarten;
- en doorgestuurd digitaal materiaal.
De technologie is nieuw.
De mogelijke straf blijft uitzonderlijk zwaar.
Junaid Hafeez
Universitair docent Junaid Hafeez werd in 2013 gearresteerd naar aanleiding van beschuldigingen die verband hielden met online-uitingen.
Zijn strafzaak kreeg internationale bekendheid.
Uiteindelijk werd hij ter dood veroordeeld.
Zijn advocaat, Rashid Rehman, werd vermoord terwijl hij Hafeez juridisch bijstond.
Taimoor Raza
Taimoor Raza werd in 2017 ter dood veroordeeld naar aanleiding van beschuldigingen die verband hielden met religieuze uitingen via digitale media.
Zijn zaak liet zien dat woorden die op een elektronisch apparaat worden getypt, gevolgen kunnen hebben die even ernstig zijn als beschuldigingen op basis van mondelinge uitlatingen.
Het probleem met screenshots
Digitaal bewijsmateriaal kan op het eerste gezicht overtuigend en zelfs doorslaggevend lijken.
Maar een screenshot bewijst niet automatisch wie de oorspronkelijke auteur of afzender is.
Onderzoekers moeten vaststellen:
- Wie had controle over het account?
- Wie had het apparaat daadwerkelijk in bezit en gebruikte het?
- Kan het account zijn gehackt of op een andere manier zijn overgenomen?
- Is het betreffende materiaal slechts doorgestuurd?
- Kan een afbeelding zijn gemanipuleerd?
- Ondersteunen de metadata de beschuldiging?
- Werd de simkaart daadwerkelijk gebruikt door de persoon op wiens naam deze stond geregistreerd?
De snelheid waarmee digitale beschuldigingen zich verspreiden
Er is nog een ander probleem.
Digitaal materiaal kan zich sneller verspreiden dan onderzoekers de authenticiteit ervan kunnen vaststellen.
Een screenshot kan binnen korte tijd op honderden telefoons terechtkomen.
Daarbij kan ook een foto van de beschuldigde worden verspreid.
Tegen de tijd dat forensische deskundigen hebben vastgesteld of het materiaal authentiek is, kunnen duizenden mensen de beschuldiging al als waarheid hebben aangenomen.
Nieuwe beschuldigingen van uitlokking en manipulatie
In recentere zaken zijn ernstige beschuldigingen naar voren gekomen dat georganiseerde netwerken mensen via onlinecommunicatie zouden hebben uitgelokt, in de val gelokt of afgeperst.
Ook Pakistaanse instellingen zijn inmiddels begonnen met het onderzoeken van beschuldigingen van georganiseerd misbruik.
Daarom wordt onafhankelijk digitaal forensisch onderzoek steeds belangrijker.
Conclusie
Het internet heeft beschuldigingen van godslastering niet simpelweg naar de onlinewereld verplaatst.
Het heeft ook de snelheid, omvang en complexiteit van de bewijsvoering ingrijpend veranderd.
Wanneer iemands vrijheid — of zelfs iemands leven — kan afhangen van een bericht dat op een telefoon wordt weergegeven, moeten onderzoekers veel meer kunnen aantonen dan alleen:
‘Hier is een screenshot.’
Ze moeten vaststellen wie het materiaal daadwerkelijk heeft gemaakt of geplaatst.

